Voorstellen uit het Regeerakkoord (2)

Geplaatst op 20 oktober 2017

adviseurs

Omzetbelasting

Er is een verhoging voorgesteld van het lage btw-tarief van 6% naar 9%. Dit tarief geldt in zijn algemeenheid voor “eerste levensbehoeften”: onder meer voor boodschappen en medicijnen, de kapper en de fietsenmaker, de schilder en de schoonmaker. Dit is precies de reden waarom er al direct veel maatschappelijk verzet tegen deze verhoging is gerezen. De opbrengst van de verhoging (naar verluid 2,6 miljard!) wordt echter gebruikt voor de verlaging van de inkomstenbelasting.


Vennootschaps- en dividendbelasting

Tarief
De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan in drie stappen van 20% naar 16% en van 25% naar 21 % per 2021. Om een sterke aanzuigende werking naar de BV te voorkomen en om een globaal evenwicht te houden in belastingdruk tussen de BV en de eenmanszaak wordt het Box 2 tarief in drie stappen verhoogd van 25% naar 28,5% in 2021.

Beperken afschrijving en verliesverrekening
De tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting moet betaald worden. Een van de flankerende maatregelen is het beperken van afschrijving op gebouwen in eigen gebruik tot maximaal 100% van de WOZ-waarde (is nu nog 50%). Zoals het er nu uitziet gaat deze regel alleen gelden in de vennootschapsbelasting en geldt dus niet voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Theoretisch is dat een moeilijk te verklaren verschil. Over eventueel overgangsrecht is nog niets bekend.

Een andere maatregel is het versoberen van de verliesverrekening over de jaren heen. De voorwaartse verliesverrekening wordt beperkt tot zes jaar (is nu nog negen jaar). De Carry back blijft 1 jaar. Ook hier wordt het verschil tussen de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting vergroot. In de inkomstenbelasting is de voorwaartse verliesverrekening 9 jaar en de achterwaartse 3 jaar.

Renteaftrekbeperking
De aftrekbaarheid van vreemd vermogen wordt beperkt.Rente is niet langer aftrekbaar voor zover het saldo van verschuldigde en ontvangen rente meer bedraagt dan maximaal 30% van het brutobedrijfsresultaat. Nu gekozen is voor een drempel van € 1 miljoen rente worden MKB-ondernemers niet snel getroffen door deze maatregel.

Dividendbelasting
De dividendbelasting wordt afgeschaft. Tegelijkertijd wordt, om brievenbusconstructies tegen te gaan, een bronbelasting op rente en royalty’s ingevoerd op uitgaande financiële stromen naar “belastingparadijzen”.

Let op: veel ondernemers reageerden aanvankelijk verheugd en wilden direct dividend gaan uitkeren. In binnenlandse verhoudingen levert de afschaffing van de dividendbelasting echter geen financieel voordeel op. De dividendbelasting is immers in de meeste gevallen slechts een voorheffing op uw inkomstenbelasting in Box 2. En die wordt niet afgeschaft. Integendeel: die wordt alleen maar hoger! Wel betekent de afschaffing een behoorlijke administratieve lastenverlichting.


Loonbelasting

DBA
De Wet DBA wordt vervangen door nieuwe wetgeving waarin de juridische en fiscale positie van ZZP-ers wordt vastgelegd. Voor ZZP-ers met een laag tarief wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een langere duur (> 3 maanden) van de overeenkomst of bij het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten. Als laag tarief wordt aangemerkt een uurloontussen de € 15 en € 18 euro per uur.

Voor zelfstandigen boven het ‘lage’ tarief wordt een ‘opdrachtgeversverklaring’ ingevoerd. De opdrachtgever kan die krijgen door een web module in te vullen. In deze web module wordt een aantal vragen gesteld over de aard van de werkzaamheden. Het onderdeel “gezagsverhouding” wordt daarbij verduidelijkt. De opdrachtgeversverklaring biedt de opdrachtgever zekerheid vooraf en een vrijwaring van loonbelasting en premie werknemersverzekeringen. Deze vrijwaring vervalt als blijkt dat de web module niet naar waarheid is ingevuld.

Aan de bovenkant van de markt wordt voor zelfstandig ondernemers een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd, indien er sprake is van een hoog tarief in combinatie met een kortere duur (< 1 jaar) van de overeenkomst of een hoog tarief in combinatie met het verrichten van niet-reguliere bedrijfsactiviteiten. Bij een ‘hoog tarief’ denkt het kabinet aan een tarief boven de € 75 per uur.

Na invoering van de nieuwe wetgeving geldt maximaal een jaar een terughoudend handhavingsbeleid (onder andere geen boetes na eerste controle), waarin de Belastingdienst een coachende rol heeft en partijen helpt bij de toepassing van de nieuwe regelgeving.

Vrijwilligersvergoeding
De onbelaste vrijwilligersvergoeding van € 1500 gaat naar € 1700.

30% regeling
De 30%-regeling voor inkomende buitenlandse werknemers wordt beperkt tot 5 jaar (thans is die termijn nog 8 jaar). Waarschijnlijk gaat deze regeling per 2019 in. Over eventueel overgangsrecht is nog niets bekend.

Uitzendbeding / payrolling
Niet direct een fiscaal onderwerp maar wel nauw gelieerd aan de DBA-problematiek. De Wet DBA heeft ervoor gezorgd dat veel opdrachtgevers hun heil zoeken bij uitzendbureaus. Er komt nu een wetsvoorstel waarin de uitzendovereenkomst (met daarin het flexibele arbeidsrechtelijke uitzendbeding) buiten werking wordt verklaard. Bepaalde werknemers moeten voor wat betreft primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden tenminste gelijk worden beloond met de werknemers bij de inlener. Het lijkt erop dat dit wetsvoorstel de speelruimte voor uitzendbureaus en payrolling sterk beknot.